U bevindt zich hier: Nieuws - Nieuws detail
Ingezonden op: 02-05-2013

Testamentaire bepalingen kunnen nooit fiscaal misbruik zijn

Fiscaal misbruik heeft betrekking op de door de belastingplichtige zelf gestelde rechtshandelingen.
Gezien de erflater niet de belastingplichtige is, kunnen testamenten niet onder de toepassing vallen van de antimisbruikbepalingen inzake 
successierechten. (art. 18 § 2 W Reg)


circulaire nr. 5/2013 van 10 april 2013, de nieuwe circulaire inzake antimisbruikbepalingen inzake successierecht, komt grotendeels overeen met circ.8/2012 van 19 juli 2012.

Inzake successierechten verwijst de antimisbruikbepaling van artikel 106 W.Succ. naar artikel 18 § 2 van het Wetboek der Registratie-, hypotheek- en griffierechten. De tekst van art. 18 § 2 W.Reg. stelt dat fiscaal misbruik handelt om door de belastingplichtige zelf gestelde rechtshandelingen. In het kader van successierechten en testamenten is de testator niet de belastingplichtige. Bijgevolg kunnen, op basis van de geldende wetteksten, testamentaire bepalingen niet onder de toepassing vallen van de in artikel 106 W.Succ. voorziene antimisbruikbepaling.

In de circulaire wordt een lijst vermeld van niet en van wel verdachte handelingen.

1. Voor zover ze geen deel uitmaken van een gecombineerde constructie worden de volgende rechtshandelingen, op zich beschouwd, niet als fiscaal misbruik gecatalogeerd:

schenking door middel van een handgift of een bankgift

- schenking bij een akte verleden voor een notaris in het buitenland

- gefaseerde schenking van onroerende goederen met tussenperiode van meer dan 3 jaar

- schenking onder last

- schenking onder ontbindende voorwaarde

- schenking door grootouders aan kind(eren) en/of kleinkind(eren)

- schenking met voorbehoud van vruchtgebruik of ander levenslang recht

- schenking waarop een verlaagd registratierecht voor schenkingen toepasselijk is

- schenking die een in het wetboek registratierechten voorziene vrijstelling geniet

- tontine- en aanwasclausules

 

2. Daarentegen zullen de volgende rechtshandelingen als fiscaal misbruik worden beschouwd, tenzij de belastingplichtige bewijst dat de keuze voor de rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen verantwoord is door andere dan fiscale motieven:

a) éénzijdige verblijvingsbedingen of bedingen van ongelijke verdelingen van de huwelijksgemeenschap, < losgekoppeld van een overlevingsvoorwaarde > (beter bekend als sterfhuisclausule) (frustreert art.5 W.Succ.)

b) erfpachtconstructie: een gesplitste aankoop van onroerend goed door gelieerde vennootschappen (frustreert art.44 W.Reg.).

c) Inbreng van een goed in het gemeenschappelijk vermogen door één echtgenoot onmiddellijk of binnen een korte tijdspanne gevolgd door de schenking van dit goed door beide echtgenoten (frustreert heffingsgrondslag en progressiviteit art.131 W.Reg.).

d) uitbreng uit de huwelijksgemeenschap van roerende goederen, gevolgd door een wederzijdse schenking tussen echtgenoten (frustreert art. 5 W.Succ.).

e) Verzaking aan vruchtgebruik op een onroerend goed gevolgd door een schenking (frustreert art. 131 W.Reg.).

Verdere uitleg over de punten a) tot en met e) kan u lezen in onderstaande circulaire.

http://ccff02.minfin.fgov.be/KMWeb/document.do?method=view&id=f42140e6-0ca4-48a2-9b5c- f910acea5d0a&caller=1#findHighlighted